Buen Camino

Zegen van de tempeliers

Advertenties

Vanmorgen weer voor achten begonnen en nu, 6 uur later, heb ik 16.5km opzitten. Je begrijpt, het gaat niet van een leien dakje. De eerste 2 uur voelden goed. Merk dat mijn benen in een ritme komen. En dan kun je ver gaan. Lang ook. Op wat opstartwaggels na, gedraagt ook mijn blaar zich goed. Na een paar minuten lijkt ie een modus gevonden te hebben die het goed doet.

In weer een prachtig barretje in Foncebadon worden onze lijven gewarmd met thee, koffie en lekkers, na een uur of wat door de ijzige wind lopen. We komen langzaam richting 1500m hoogte en dat merk je. Je lijf blijft goed warm als je beweegt, maar zodra je stil staat, snijdt de wind er doorheen. Gelukkig ben ik warm aangekleed en blijven ook mijn handen warm door de fikse inspanning bij de beklimming. De eigenaar heeft een heerlijk open haardje aangemaakt.

Zoals je ziet, loopt Celsea in korte broek. Gekkenwerk, echt. Ze noemt zich dan ook crazy american. Het is buiten 7 graden vanochtend maar volgens de weerapp voelt het als 4. Zelf vind ik dat nogal aan de hoge kant.

Maar eenmaal opgewarmd, gaan we weer op pad. Een stukje met Nathalie, de Russische uit de usa. Ze woont in NY, dus zal haar nog vragen of ze slaapplek heeft voor 2, volgend jaar, als Nor’s marathonplannen doorgaan.

Als het zonnetje dan langzaam doorkomt, schiet het meteen een paar graden omhoog. Beter! Mijn tempo ligt vandaag wat laag, dus ik laat haar alleen verder gaan. Maar halverwege de Cruz de Ferro heeft ze toch weer een pauze genomen, zodat we samen, en ook met dokter Mateo, aankomen bij het kruis.

Poeh. Momentje hoor! Deze plek is zó bekend op de camino. Hij is zo doordrenkt met historie. Mijn ogen vullen zich met zachte tranen. Ik klim naar boven en sta daar. Maar half te beseffen dat ik het tot hier al heb gered. Minder dan 200km nog naar Santiago. Een trots brandt vanuit mijn tenen naar boven door mijn lijf. Huilend loop ik naar beneden. Tijd voor de stenen. Ik heb er best wat mee. 2 voor mezelf en nog een aantal voor anderen.

Ik gooi eerst die van mezelf. Zou het echt zo werken? Dat ik met die steen alles wat ik los wil laten hier op deze plek kan achterlaten? Ik besluit het maar te geloven. De 2e steen is voor 2 bijzondere vrouwen die ik pas heb ontmoet. Ze zijn nog jong, maar moeten toch al bezig gaan met hun afscheid. De steen is symbool voor een liefdevolle en draaglijke laatste etappe. Daarna een steen van liefde, in de hoop dat ie liefde over de wereld verspreid. Dan pak ik de stenen met papiertjes, lees het voor en gooi de stenen op de berg. Daarna vraag ik aan Mateo een aansteker om de boodschappen te verbranden en op te laten nemen in het universum.

Het is mooi, dit plekje. Mateo neemt een lange pauze om, zoals hij zelf zegt, met zichzelf in gesprek te gaan. En hopelijk zijn laatste sigaret te roken. We spraken daar eerder al over. Hij vond niet dat hij als dokter per se moest stoppen met roken. Ik vond van wel. Als dokter red je mensenlevens. Je moet beginnen met het leven van jezelf. Ik wens dat het hem gaat lukken. Vind in ieder geval de intentie al heel prachtig. En dat op deze plek.

Ik ga verder met mijn rugzak een stukje lichter. Kan niet zeggen dat ik werkelijk voel dat er gewicht uit is, maar het is fijn om dit punt voorbij te lopen. En beseffen welke intenties er zojuist de wereld in zijn geslingerd. Mooi.

Een half uurtje later zou ik in het volgende dorpje aan moeten komen. Maar een dorp kun je het niet noemen. Er staan een stuk of 5 vergane huizen, schuren of hutten bij elkaar in een bocht. Toch ziet het plekje er weer heel bijzonder uit, zodat ik besluit naar binnen te gaan. Er is net een soort bijeenkomst bezig in het houten bouwwerkje. Er hangen vlaggen uit de hele wereld en de ‘hoofdman’ heeft een cape aan van de tempeliers. Daaronder weliswaar een bomberjack en legerbroek, maar hij lijkt zijn taak heel serieus te nemen. Het oude zwaard in zijn handen getuige daarvan. 2 anderen houden oude vlaggen aan een lans vast. En er staat een pelgrim zie ik. Wow.

Als de dienst is afgelopen, spreek ik met de pelgrim. Hij heet Santiago, geen grap, en komt uit Argentinië. Dus ik roep meteen Maxima! En zowaar, hij weet ervan. Hij legt uit over de blessing die hij zojuist heeft ontvangen. Het is een tempelierszegen en de ‘hoofdman’ is nog lid van de Orde van de Tempeliers. Ik had geen idee dat dat nog steeds bestond. Maar wel dus?!

Voor het goede blijf ik hier veel te lang zitten. Het is 7km naar de volgende plek en er zit een gigantische afdaling in dat stuk. Als ik uiteindelijk, uitgeput, aan kom, is het al 14u. Mijn voeten voelen heel fout en ik durf er niet naar te kijken. Toch maar verstandig zijn en mijn doel voor vandaag bijstellen.

Ik eindig met 21km in Riego de Ambros. Een supermooi, maar verlaten dorpje. Er is een albergue en een bar. Ik ben de enige in de herberg, de anderen zijn allemaal doorgelopen. Maar ik besluit toch te blijven. Mijn voeten willen niet meer. Terwijl mijn benen zo sterk waren vandaag. Als ik daar op mijn bedje lig, voel ik me even puur zielig en alleen. Waarom lukt het nou niet om verder te lopen?

Ik besluit nog voor het douchen naar de kroeg te gaan. Bier helpt altijd. Onderweg met mijn slippertjes komt er nog een uitgeputte pelgrim aan, Silke. Ha, wellicht gaan vandaag dan toch nog wat moois brengen. ✨

Advertenties

Advertenties