Il pleut. Alweer. De hele ochtend al. In alle

Vroegte opgestaan op zoek naar een barretje waar ik op Gijs kon wachten voor ontbijt. Hij was een late starter had hij gezegd en dat vond ik niet erg op deze eerste dag. Alles was dicht voor achten dus ik zocht mijn barretje van vorig jaar waar de studentengroepen zongen. Na een klein uur in de regen kreeg ik het maar niet gevonden. Dus toch maar op Gijs wachten en samen wat zoeken. Lopen we bij hem de hoek om en wat denk je? Precies, het tentje dat ik zocht. Nah jah…

Na mijn vaste perigrino ontbijt van toast met boter en jam, met een theetje (de kunst is altijd het zakje zo snel mogelijk, maar met respect voor de goede zorgen van de gastvrouw uit het potje te slingeren). En dan zijn we good to go.

We verlaten een regenachtig Leon en hobbelen via oninspirerend industriegebied Virgin del Camino binnen. De eerst 8km zitten er op voor vandaag. Nog 13 te gaan. Het is half elf. Wat later dan ik gewend ben, maar voelt meteen ook of ik minder haast heb. Zou ik dan gisteren werkelijk vertraagd zijn?

Over 2km scheiden de wegen van Gijs en mij. Hij gaat voor de weg langs de ‘snelweg’. Maar gezien mijn eerdere ervaringen daarmee kies ik het ‘groene’ pad. En dan hopen we elkaar morgen in Astorga weer te treffen. Wie weet?

Bij een sportzaak die we tegenkomen, loop ik naar binnen voor een waterzak. Helaas pindakaas. Dan maar verder met de flesjes die we vanmorgen in de supermarkt hebben gekocht. Als we buiten staan, mis ik iets aan Gijs. Zijn stokken! Vergeten bij het cafeetje waar we zojuist een bakkie hebben gedaan. Zijn ogen verschieten als ik roep: ‘Je stokken!’ En hij maakt rechtsomkeert om zijn hulpjes te halen. Gelukkig zijn we nog in hetzelfde dorpje dus een paar minuten later komt ie terug.

Niet veel later zeggen we dag. Voor nu. Even voor onze splitsing is een Frans echtpaar aangehaakt. Zij gaan met Gijs mee, over de weg. Ik sla linksaf het veld in. En al na 100m voelt het goed. Beter dan de andere weg. Hier verstilt het direct dus mijn hoofd mag weer uit.

De regen maakt het pad tot modderpoel. Dus niet veel later klossen mijn bakbeesten tegen mijn tot nu toe smetteloze zwarte broek met smerige rode modder. Maar gek genoeg maakt dat me elk jaar minder uit.

Midden in een enorme regenbui loop ik een dorpje binnen. Daar staat, heel lief, een bord: are You a pelgrim? We have everything for You. Wie ben ik om daar geen gebruik van de maken? Een warm theetje nu ik doorweekt ben, komt best wel als geroepen.

De lieve man mocht waarschijnlijk geen bar beginnen. Dus zette hij 2 blauwe iglo’s in zijn voortuin. Eentje met eten en drinken, donativo, en eentje voor de wc. Geweldig. En een bord waar je kunt opzoeken hoe begroetingen zijn in verschillende talen. Een en al liefde, straalt deze plek uit.

Als de ergste bui weer over is, snel ik me terug naar de pijlen route. Het is een goed uur naar het volgende dorp en ik hoop die voor de volgende plensbui te bereiken.

Onderweg kom ik steeds 2 andere pelgrims tegen die ook bij de iglo’s waren. Ze zijn sneller dan ik maar stoppen vaak, dus dan haal ik ze weer in.

Het laatste café voor de eindstreep vandaag komt als een zegen. Nog een theetje en een tortilla en dan zijn we good to go. Hé, wat voel ik nou in mijn schoen? Zal toch geen blaar zijn? Nee joh, heb ik toch nooit! Oh nee, dat was bij mijn oude schoenen. Gewoon niet kijken, dan is het er ook niet.

De lucht lijkt te klaren. Ze valt als een panorama over me heen. Wat sensationeel groots is het hier. En wat ben ik dan een heul klein ukkepukje op deze plek.

Na toch nog net een te lange laatste kilometer kan ik eindelijk op mijn bedje neerstorten. Net zo’n groot kamertje als gisteren maar mag ik hem met vier mensen delen. Benieuwd wie ik vanavond weer wakker snurk. 😉

Blaar – Bianca : 1-0 ☹️

Advertenties