Daar ga ik. Aan de tippel. In het pikkedonker. Het schijnt rond 8u licht te worden, maar om half acht ben ik al helemaal ready to go. Dus tja, ik ga toch maar op pad. Zaklamp van mijn telefoon aan en gaan. 


Zoals altijd valt het in het dorpje nog wel mee met het donker. Leer ik het dan nooit? Bij het achterlaten van de huizen omhult de nacht me. En niet zo’n beetje ook, getuige de foto hierboven. Maar als ik dan omkijk, word ik getrakteerd op het ochtendgloren. Mijn favoriete moment van de dag. 

Heerlijk, even met mezelf wakker worden. In het eerste dorp trakteer ik mezelf op een lekker theetje. En ja hoor, ze hebben groene thee. Voelt als een cadeautje. Nog een keer lees ik mijn boekje met de route door. Vandaag staat namelijk een route langs de weg op het officiële programma. Maar mijn boekje kent een mooiere route, langs de rivier. Maar dan moet ik niet de kruising missen. 

De gele pijlen loodsen me het dorp door en voor ik het weet sta ik op het platteland. Huh, maar waar is dan die brug waar ik vooral níet overheen moet? Ik blijf zoeken en ondertussen doorlopen. De route gaat in ieder geval niet langs de weg, dus dat is een pluspunt. Ik kom zo vast ook wel ergens uit. 



In het volgende dorpje zie ik dat de pijlen me als vanzelf al naar de goede route voor vandaag hebben gebracht. Is inderdaad heerlijk, langs een kabbelend beekje, ver weg van alles. Na een ontbijtje van yoghurt (nog over van mijn uitgebalanceerde maaltijd van gisteravond) en een banaan, is het nu appel-tijd. Precies op het moment dat ik tegen een mooi plekje aan loop. 

Het gaat als een malle vandaag. Even denk ik nog dat ik nog boven mezelf ga uitstijgen vandaag. (Oh, waarom kan ik het niet gewoon even goed laten gaat, zonder het meteen weer als beste te doen?) Op het volgende stuk langs de rivier wordt het al warmer. De zon is nu echt op, even na tienen, denk ik, en begint haar warmte over de uitgestrekte vlaktes te verspreiden. In de verte, die altijd weer verder is dan het lijkt, zie ik een kerkje en besluit dat dat mijn lunchplek wordt voor vandaag. Als ik mijn route goed heb gelezen, zou het van daaruit nog een half uurtje zijn naar het dorpje met de Tempelierskerk en dan nog ruim een uur naar mijn eindstation voor vandaag. Dan zitten de eerste 20 km er op voor deze editie. 

Maar zoals gezegd, blijft het kerkje wel erg lang in de verte liggen. Dus dat ‘als een malle’ verdwijnt langzaam wat naar de achtergrond. Kom wel onderweg nog de allerleukste herberg tegen tot nu toe. Oké het is niet helemaal peregrino, maar als je de humor ervan inziet, zou ik toch hier blijven logeren als ik meer tijd had op dit pad. 


En dan kom ik eindelijk bij het kerkje aan. Mooi plekje. In het zonnetje. Met mijn kont in de boter, begin ik mijn overheerlijke tortilla op te smikkelen, die ik vanochtend bij de thee had gekocht. Wat is dat lekker!? Sorry Remco (=fysio), maar deze aardappels gaan heerlijk naar binnen. En het stokbrood dat er bij zit ook! Er is een waterpomp bij het kerkje waar iets bij staat over water en drinkbaar. Maar van dat woordje ertussen in weet ik niet zeker of het nou wel of niet zegt. Ik vraag het in mijn beste Spaans/Frans dialect aan een stel Spaanse pelgrims. Zij tappen het ook, dus het zal toch wel veilig zijn? Was ik vanochtend al niet blij met mijn chloor water. Nu heb ik water dat naar ijzer smaakt. Jak. Maar ja, het is water. En potable. Dus, drink maar lekker op. 


Door naar het dorpje van de Temple Knights. Ik word niet overvallen door beelden uit mijn vorige leven, waarvan ik overtuigd ben dat ik er destijds bij ben geweest, maar toch maakt de kerk behoorlijk veel indruk. Hij heeft iets ruigs, echts, van voor de pracht en praal de kerken overspoelde. Geloof zoals geloof bedoeld is, ofzo. 



Buiten lijk ik een setting van The Way te herkennen. Even een selfie met good old Pablo en dan opladen voor het laatste stuk. Die gaat wel langs de doorgaande weg en is dus een stuk minder fijn en mooi. 


En zoals dat hoort bij laatste loodjes, zijn ook deze het zwaarst. De zes kilometer lijken voorbij te kruipen. Bij ‘nu nog 3’ besluit ik toch even mijn voeten pauze te geven. Hoe zei Heleen dat laatst ook al weer op de bijscholingsdag? ‘Ik ben het waard om even drie minuten rust te nemen.’ Dus dat heb ik gedaan. Langs de weg. Op het beton. De ademhalingsoefening gedaan en het werkte. Geweldig hoe de energie weer terug kwam in mij lijf en vooral mijn voeten. Top, Heleen, bedankt. De boodschap is nu helemaal aan gekomen. 


En nu ben ik, ruim vijf uur na mijn vertrek, bij een koddige albergue aangekomen. Van de zustertjes in Carrion de los Condes. Casa Espiritu Sante. En het is net zo lieflijk als het klinkt. Geen stapelbedden! Dus nu even voetjes omhoog. Verse douche nemen. Schone kleertjes aan, wassen, boodschappen en dan dit leuke stadje (dorpje, 2.200 inwoners) ontdekken. 

Buen Camino. 

Advertenties