En toen was het alweer de vooravond van mijn volgende avontuur. We beginnen de dag op Schiphol. Morgen weer, maand vandaag voor een ontbijtje met een verre vriend die vanuit Amerika, via Amsterdam, richting Kigali vliegt, naar huis. Met een volle zak pepernoten en taai taai voor zijn meiden wachten we bij de vertrouwde Heineken bar. Arrivals 3, wie kent ‘m nie. 

De afgelopen dagen zijn weer mooi geweest. Nog wat vriendinnen kunnen zien, gezellige etentjes, gelukwensen in ontvangst mogen nemen, onverwachte app’jes en mooie cadeautjes. Een overvloed aan liefde in deze wereld. Prachtig. Ik neem het allemaal mee. 

Mijn rugzak staat klaar. Het weer lijkt goed. Dus ik hoop op weer een mooie tocht. Mijn Ikea-inpak-systeem ziet er heerlijk overzichtelijk – en vooral waterdicht – uit. Ik denk dus dat ik alles heb. Dat merk ik vanzelf. 

Eerst nog een dagje werken. Ik mag een sfeerimpressie maken van een bijzondere dag van de stichting Jonge Weduwe. In Limmen of all places. Het is hier duidelijk zondag, want de bus rijdt maar eens per uur. En dat precies tien minuten voordat mijn trein aan komt. Dus… 

 Jongens zijn inmiddels uitgezwaaid voor grote logeerpartij in het Westland. Het was vreemder dan andere keren, het dag zeggen. Onze band is ook wel sterk verbeterd de afgelopen twee jaar en er is bij mij minder behoefte om er even weg van te zijn. Maar natuurlijk wil ik wel graag lopen en mijn reis af maken. En ook gewoon weer even met mezelf zijn. Maar het viel me zwaarder dan anders. Zij zijn ook wel wat bewuster. Een week voelt lang voor ze. Is het ook. “Ik ga je lief-zijn missen, mam.” Ja, moppie, ik die van jou ook. 

Vanavond nog even met manlief op de bank. Is ook altijd gek. Je wilt bij elkaar zijn, maar het ook niet te zwaar maken. En nog wat laatste praktische dingen doen. Zoals de oplader *even in de agenda zetten als reminder* voor mijn telefoon. En geheugen opschonen, zodat ik jullie weer mooie plaatjes kan laten zien. 

Waar de NL gids niet zo positief is over het gedeelte dat ik nu ga lopen, is mijn geliefde John Brierly dat juist wel. Het wordt een deel dat de templar Knights ademt. En laat dat nou een deel zijn van onze geschiedenis die telkens wat bij me losmaakt. Ik ga me er de komende dagen dus heerlijk in onderdompelen. Terug naar toen. Wat toen ook was. Of wie ik toen ook was. Terug in de tijd. Naar dorpjes met 200 inwoners. Stukken waar je de hele dag niemand kunt tegenkomen. Waar je voor de hele dag proviand moet meenemen, omdat er simpelweg nix is. Poeh. Spannend en verheugend tegelijk. Even nix. Ben ik wel aan toe. Denk ik. 

Ik ga. Morgen. 

Buen Camino allemaal! 

Advertenties