Terwijl ik, as we speak, enigszins strompel door het huis, is het toch tijd voor een klein vreugdedansje. Ik beloof dat ik hem morgen doe, als de spierpijn wat is weggeëbd. (Schrijf ik dit zo goed, trouwens???) 

Waarom dan een dansje? Ik ga weer. Na ruim een jaar slapende, ben ik nu weer een actieve pelgrim. Over 6 weken reis ik weer af naar mijn geliefde Noord-Spanje voor de vierde etappe. De eerste drie edities hebben we gevuld, vervuld en gemaakt tot het punt waar ik nu ben. Het resultaat daarvan is inmiddels twee bedrijven/droombanen, een prachtige afgeronde studie, en – niet te vergeten – mijn eerste boek. Over diezelfde Camino. Dus als je ooit dacht dat je Camino nix met je doet? Fout. Het zet je hele leven op zijn kop. Áls je durft te luisteren. 

En dat luisteren is lastig hoor. In deze schreeuwerige wereld. Ik was zelf mijn grootste schreeuwer en heb eindelijk gedurfd stil te zijn. Stil te staan. Te kijken naar wat is. En naar wat niet meer past. Misschien wel jaren waarin ik het hardst heb gewerkt van alle jaren, maar wat nooit gevoeld heeft als buffelen. Omdat het allemaal – eindelijk – op zijn plek leek te komen. Het werken zat hem met name in het luisteren. Het zien van de pijnpunten. En ín die spiegel durven kijken om het aan te pakken. Te helen. Dát is het grootste werk van allemaal geweest. 

Waar kwamen mijn punten vandaan? Van mezelf. Alles is terug te voeren naar mijzelf. Mijn verwachtingen. Mijn wensen. Mijn eigenschappen. En vooral ook: mijn liefde. En soms gebrek daaraan. Voor de wereld, de mensen en mezelf. Heel goed was ik geworden in schreeuwen. Als ik iets moest doen, deed ik het. Ook als het niet in mijn straatje lag. Ik kón dat en dat zou ik iedereen bewijzen. Over het algemeen ging me dat goed af. Terwijl ik zelf vaak dacht dat ik maar wat aanrommelde. 

Voor de buitenwacht lijkt het nu misschien veel meer dat ik ‘maar wat doe’. Aanrommel. Maar zelf leef en werk ik nu vanuit een zó sterk innerlijk weten, dat ik niet het idee heb dat ik ‘maar wat doe’. Ik weet heel goed wat ik doe. Waarom ik dat doe. Wat een goede volgende stap is. Welke kant ik op wil. Ligt dat vast in plannen? Zeker niet! Nix staat op papier. Eerder in de sterren zou ik zo zeggen. En daar durf ik ook op te vertrouwen. 

Ha, terwijl ik dit typ, moet ik meteen denken aan het wandelen in Spanje. Het komt bij me binnen waarom ik het avontuur ben aangegaan. De Camino naar Santiago de Compostela, waar ik met zoveel energie wandel, is ‘de weg van de sterren’. In die sterren was, is mijn pad al bekend. Zelf heb ik daar nog geen uitdraai van ontvangen. Maar wat de Camino mij heeft gegeven, is de mogelijkheid mijn eigen bron aan te boren. Het lukt me steeds beter de weg te vinden. Soms nog met een detour, maar steeds vaker rechtstreeks. En als het even wringt, loop ik niet meer weg. Ik pak de spiegel. 

Ik ga weer!

Buen Camino. 

Advertenties