Mijn smurf zat vandaag op zijn filosofeerstoel. Ik hou ervan. Dan is hij op zijn best. Toen ik zei dat hij iets wat hij wilde wel op zijn buik kon schrijven, zei hij: “Waarom zou ik het op mijn buik schrijven als ik het ook op een papiertje kan schrijven?” Daar had ik geen antwoord op. 1-0 voor grote smurf.

En in de middag zegt hij, uit het niets – maar wellicht had het te maken met mijn uitval(len) (waarvoor excuus) eerder die ochtend omdat hij het leven van zijn broertje weer flink zuur zat te maken – “waarom noem je het altijd kinderachtig als ik iets flauws doe? Waarom niet eens papa-achtig of mama-achtig?” Er verschijnt een grote glimlach op mijn gezicht. “Je hebt gelijk”, zeg ik. “Wij doen ook wel eens flauw.” Een fractie van een seconde hoop ik nog dat ik hem nee zie schudden, maar helaas… 

Het is zijn scherpheid van geest waarmee hij me pakt. Ben daar erg gevoelig voor, als mensen rake vragen kunnen stellen of stevige opmerkingen maken. Rake grappen kunnen maken. BAM! En je staat met je mond vol tanden. Misschien omdat ik ook niet op mijn mondje ben gevallen, dat dat me juist aanspreekt. Ik word uitgedaagd. En dat mag ik wel. Ik daag zelf ook graag uit. Prik graag. Meer dan ik wist, kwam ik onlangs achter. Een NLP-trainer sprak me daar enkele weken geleden op aan. Touché. Maar zonder dat ik me te kakken gezet voelde. Want dat moet je juist niet met me doen. Dan gebeuren er rare dingen in mijn brein. Hoezo gebruiksaanwijzing?? Verder ben ik heel normaal hoor! 

Na mijn vorige blog belt mijn zus binnen een paar uur. Grappig hoe dat werkt. Ik schrijf mijn verhalen niet voor anderen. Ze moeten eruit. Het schept helderheid en het valt van en af. Hoewel, niet altijd. Anyway, ze belde me meteen. Hoe het ging? Just checking in. Heel fijn om zo’n sterk vangnet te hebben. Kon met haar delen. En slim als ze is, gaf ze aan – want daar had ik me natuurlijk alweer zorgen over gemaakt – dat wij allebei anders zijn en dus ook andere behoeftes hebben en hadden. Niet goed of fout. Anders. Dat is toch wat? Ik hoefde mijn grot niet meer in, waar ik die dag zo hard naar op zoek was. Zij zat op het rotsblok. Klaar voor mijn verhaal. Hoorde het aan. Sprak wat terug. En daarmee was het goed. Geen grot meer nodig. Kon de wereld weer aan. Met mijn vriendin/zus aan mijn zij. 

De dagen erna kenmerken zich door grote twijfel. Over werkelijk alles! Wat wil ik nou? Doe ik dit nu omdat ík dit wil of omdat ik denk dat iemand anders dit van mij verwacht? Dat onderscheid is me totaal niet duidelijk. Een groot vraagteken. En dan ook weer: is dat erg? Het heeft me tot hier gebracht en zo slecht is het hier niet. Leuk zelfs. Fijn. Veilig. Zit ik nu niet alles onnodig te ontrafelen, haal ik dingen overhoop die helemaal niet overhoop gehaald hoeven worden? Omdat alles oké is? En was het dan vroeger ook allemaal oké omdat het me bracht waar ik nu ben? 

Want dát is wat ik nu ‘leer’. Alles is oké. Alles mag er zijn. Dat geeft een prettig gevoel. Dat nix aan jezelf fout is. Ook je stomme kanten niet. Die vormen je net zo hard als al je leuke trekken. Want so, die heb ik toch een potje goed ontwikkeld! 😉 Nee. Die stomme kanten, die had ik tot voor kort echt niet. Hoopte ik. Dat zou belachelijk zijn. En toch, nu ze er zijn en er mogen zijn, zijn ze eigenlijk een stuk minder vervelend. Ja, natuurlijk, ik ben liever leuk dan stom. Maar ik ben ook maar een mens. En te weten, te voelen, dat stom zijn op z’n tijd ook helemaal prima is, geeft me zoveel rust. Ik ben ik. Soms leuk. Soms stom. Soms lief. Soms egoïstisch. Soms vrolijk. Soms chagrijnig. It’s all me! 

We wandelen rustig door. Gewoon in NL. 

Buen Camino! 

Advertenties